Herinnert u zich de woordenkramerij en de zinnenspinnerij nog? De SanctaFrasia en het literaire lot van de PEIKELS? De zinnen die in een wagon met een specifieke kleur terechtkomen?

Wat daar ook van zij, keer op keer vinden de groene wagons feilloos hun weg naar de POËZIE-slijperij. Dat is niet zomaar een fabriek, verre van, het is een ambachtelijke werkplaats waar respect voor woord en zin geen dode letter blijft.

Zodra een groene wagon in zicht komt, weerklinkt bazuingeschal om de blijde gebeurtenis aan te kondigen. Daarop zwaait de bronzen poort van de slijperij open en – keurig gesynchroniseerd met het binnenrijden van de wagon – ook weer dicht. Wat achter die bronzen poort gebeurt, is namelijk geen voer voor nieuwsgierige aagjes. Het is een door de eeuwen heen van moeder op dochter, van vader op zoon, van tante op neef en van kop naar staart overgeleverd geheim ritueel dat door een overmaatse, spierwitte dwergolifant en zeven veelkleurig gebrilde bevertjes wordt onderhouden.

Eerst en vooral schrijdt de dwergolifant voorwaarts tot bij de wachtende wagon. Hij kijkt links, hij kijkt rechts, wappert eenenzeventig maal met beide oren, duikt met de slurf in de open wagon en vist er uiterst voorzichtig een bundel van vijfhonderd zinnen uit. Terwijl de dwergolifant plechtstatig hun richting uitkomt, lachen de zeven veelkleurig gebrilde bevertjes om ter hardst hun indrukwekkende gebit bloot. Voor hun vlijmscherpe tanden ontrolt de spierwitte dwergolifant de bundel en strijkt die glad met zijn slurf. Zonder een seconde te verliezen gaat het kolosje dan aan het snuiven. Het lijkt een fait divers maar is zonder meer de aanzet voor een uiterst nauwkeurig uit te voeren handeling. Die gaat gepaard met gelaatsuitdrukkingen die bij de gebrilde bevertjes alle richtingen uitgaan. Eerst kijken ze gespannen, dan bang, plotseling haast in paniek om geleidelijk te verzachten tot hoopvol.

De bevertjes schrikken en houden afwachtend de mond open tot op het ogenblik dat de overmaatse, spierwitte dwergolifant diep inademt, nog een extra teug inneemt of integendeel een afgemeten hoeveelheid lucht loslaat, om vervolgens met een oorverdovende knal boven de bundel van vijfhonderd zinnen eenmalig te niezen. De samengeperste lucht stuift door zijn slurf en resulteert in een artistieke prestatie die aan het onmogelijke grenst. Telkens weer slaagt onze gespierde vriend er namelijk in door de geproduceerde luchtverplaatsing annex wervelingen de vijfhonderd vellen zodanig in het rond te laten vliegen dat voor de neus van elk veelkleurig gebrild bevertje exact eenenzeventig vellen landen. De drie overblijvende vellen landen in de groene wagon die de bundel naar de slijperij heeft gebracht. Ze zullen door de SanctaFrasia opnieuw moeten worden beoordeeld.

Nauwelijks heeft elk bevertje zijn contingent zinnen voor de neus gekregen of er valt een indrukwekkende stilte. Eenenzeventig minuten lang gaat elk van de zeven geconcentreerd door zijn eigen stapeltje leesvoer. De vellen worden bekeken, in alle richtingen gedraaid, gelezen, herlezen en in meerdere, kleine stapeltjes geordend. Als een bevertje meent dat zinnen bij elkaar horen, legt hij die op eenzelfde stapeltje. Daarenboven wordt beweerd dat de meest lezenswaardige zinnen bovenop de stapels terechtkomen, de minst smakelijke onderaan. Na afloop van exact eenenzeventig minuten trompettert de overmaatse, spierwitte dwergolifant een tweede maal – weg van de vellen ditmaal – ten teken dat de studieronde voorbij is.

Een majestueuze onderhandelingsronde wordt daardoor ingeluid. De bevertjes praten met elkaar, verheffen hun stem, gaan plotseling aan het fluisteren of geven vreemdsoortige, geheime tekens. Er wordt er al eens eentje boos, er zet er al eens eentje zijn tanden in een collega of in diens vellen, er gaat er soms eentje bijna huilend door het lint maar ten langen leste komt alles goed. Elk bevertje beschikt dan over een of meerdere stapels, samen eenenzeventig vellen, of meer, of minder. Elk daarvan wordt door de betrokken bever beschouwd als een volwaardig, afgewerkt gedicht.

Bescheidenheid siert de mens. En de bever. En de dwergolifant. De finale keuring van de kandidaat-gedichten blijft de exclusieve bevoegdheid van de PRINS van land van P. Letter voor letter bestudeert die de voorstellen, wikt die op zijn uiterst gevoelige weegschaal en durft het zelfs aan hier en daar nog een woord te schrappen of toe te voegen of te vervangen door een synoniem. Het komt ook hier voor dat tot slot een oerkreet weerklinkt. Dat is het verlossende teken dat er na weken, maanden, jaren of eeuwen – wie zal het zeggen – eindelijk een gedicht klaarligt om door de wind of anderszins te worden voorgedragen.

De gedichten, wel, die vindt u hier. Nieuw leesvoer wordt systematisch aangekondigd via de PALAVER van de Schatbewaarder en via de social media links die u onderaan deze pagina vindt. Volgen maar!

Een reactie achterlaten